Bel ons op: 06-22394113
BGG:          06-22005759

Contact formulier

Geschiedenis

 

 
Historische kaart van Leeuwarden uit 1580

De geschiedenis van Leeuwarden gaat terug tot in de Romeinse tijd. Toen woonden er al mensen op de plek waar nu de Oldehove staat. Leeuwarden is ontstaan op terpen die werden opgeworpen aan een inham van de Middelzee die later dichtslibde en werd ingepolderd. De riviertjes Ee, Vliet en Potmarge mondden bij deze terpen uit in zee.

De naam Leeuwarden duikt voor het eerst op in een schenkingsakte uit de 8e eeuw. In dit document van de abdij van Fulda spreekt men van villa Lintarwde[1].

De terpbewoners hielden zich bezig met landbouw, visserij en scheepvaart. Leeuwarden lag gunstig aan zee en onderhield handelscontacten met andere handelsplaatsen zoals Lübeck en met de Oostzeelanden. Op de terpen ontstonden drie nederzettingen: OldehoveNijehove en Hoek.

Oldehove, dat van oudsher een uithof van de Abdij van Corvey in Duitsland was, had in het midden van de twaalfde eeuw al een kerk, gewijd aan de heilige Vitus. In akten uit de veertiende eeuw komt de Sint-Vituskerk van Oldehove voor onder de naam Liiewardensis.

In Oldehove stond de oudste parochiekerk van Leeuwarden. Vandaar dat Oud-Leeuwarden ook wel Nijehove werd genoemd, vanwege de nieuwere kerk. Oud-Leeuwarden, oftewel Nijehove werd al in 1285 in een Duitse handelsakte aangeduid als stad.

Hoek was de kleinste van deze nederzettingen en was deels eigendom van de adellijke familie Cammingha. Zij hadden hier een stins staan en hadden er tevens een kerk gesticht. Er zijn zes oorkondes bewaard gebleven over het ontstaan van de stad Leeuwarden, waarvan twee over de vereniging van Leeuwarden gaan die op 21 januari 1435 plaatsvond. Negen jaar eerder was er al een officieel besluit tot samenvoeging. Voordat Oud-Leeuwarden werd samengevoegd met Oldehove en Hoek had het al stadsgrachten.

Tussen 1200 en 1300 slibde de Middelzee dicht en nam de handel af vanwege het ontbreken van een haven. De nadruk van de handel werd toen meer gelegd op de nabije regio. In 1392 stonden de omringende grietenijen (gemeenten) de magistraat van de stad hoge rechtspraak toe.

 

 
Historische kaart en stadsgezicht van Leeuwarden uit 1664

In 1435, hetzelfde jaar dat Oldehove, Nijehove en Hoek samengevoegd werden tot één stad, Leeuwarden, kreeg Leeuwarden stadsrechten.

De vijftiende eeuw werd beheerst door de strijd tussen Schieringers en Vetkopers. In het algemeen schaarden de steden en het platteland zich achter de Schieringers. Leeuwarden was het bolwerk van de Vetkopers. De partijstrijd leidde tot de bouw van nieuwe verdedigingswerken. Het intern verdeelde Friesland werd rond 1500 onderworpen door Albrecht van Saksen.

Na de onderwerping door Albrecht van Saksen werd Leeuwarden de zetel van het Hof van Friesland dat zich bezighield met bestuur en rechtspraak. Dit college kreeg in 1571 een eigen onderkomen, de Kanselarij. In dezelfde tijd werd in Leeuwarden ook het kerkelijk gezag gevestigd. De Sint-Vituskerk werd de zetel van de deken en de belangrijkste kerk van Friesland. Alle landsheren en stadhouders werden in deze kerk ingehuldigd. In 1559 werd Leeuwarden tot bisschopszetel verheven van het nieuw opgerichte bisdom Leeuwarden. Cunerus Petri, de enige bisschop, belandde bij de calvinistische machtsovername korte tijd in het gevang en vertrok daarna definitief uit Friesland. De Sint-Vituskerk werd in de jaren 1595 en 1596 wegens verregaande bouwvalligheid afgebroken.

De zestiende en zeventiende eeuw vormden een gouden tijd voor Leeuwarden. Leeuwarden kreeg aanzien doordat het eeuwenlang de residentie werd van de Nassaus die stadhouder werden van de noordelijke provincies. Zij woonden in het Stadhouderlijk Hof met hun hofhouding, nu functioneert het gebouw als hotel. In 1747 verdween de residentie van de Nassaus. In deze eeuwen kwam de stad ook tot grote bloei. Het aantal inwoners steeg van 5000 rond het jaar 1500 tot 16.000 in 1650. Dit kwam mede doordat Leeuwarden in de Republiek relatief makkelijk te bereiken was. Er waren destijds veerdiensten naar onder andere Groningen, via de Dokkumer Ee en de Stroobosser Trekvaart en Amsterdam via Harlingen over de Zuiderzee. Met plaatsen die dichterbij lagen werd veel handel gedreven door middel van smalle zeilscheepjes. Trekschuiten die door paarden op de wal werden voortgetrokken vertrokken destijds vier keer per dag vanuit Leeuwarden naar HarlingenBolswardSneek en Dokkum.

De Gouden Eeuw was ook een tijd waarin de adel op kwam in Leeuwarden. De EewalGrote KerkstraatNieuwestadTweebaksmarkt en de Weaze waren destijds de deftigste straten van Leeuwarden. Hier woonden de rijke adellijke families zoals Van MartenaVan AylvaVan Camstra en Burmania. Leeuwarden behoorde toen tot de tien aanzienlijkste steden van Nederland. Daarvan getuigen nu nog prachtige gebouwen als de Kanselarij (waar recht gesproken werd), het Stadhouderlijk Hof en de Waag (als centrum van de handel).

In 1523 werden te Leeuwarden de prominente rebellenleider en piraat Wijerd Jelckama en de laatste overlevende leden van de Arumer Zwarte Hoop (ook wel Gelderse Friezen genaamd) onthoofd. De dood van Jelckama, die de neef was van Grote Pier, markeerde een einde in een lange periode van Friese opstanden sinds 1515.

 
Kelders, Leeuwarden

 

 
De binnenstad van Leeuwarden met grachten
 
De gemeente Leeuwarden in 1866.

Het welvarende Leeuwarden moest wel beschermd worden tegen vijanden. Daartoe werd de stad rondom van een gracht en wallen voorzien. Deze verdedigingswerken zijn later, toen zij overbodig werden, afgebroken of tot plantsoen gemaakt. De grachten in de binnenstad zijn op die van de Nieuwestad, Voorstreek, de Tuinen, de Weaze en het noordelijke deel van het Schavernek na allemaal gedempt. De grachten die gedempt zijn betreffen onder andere die van Eewal, Tweebaksmarkt, Nieuweburen, Grote Kerkstraat, en De Oude Herengracht (Zaailand). In de negentiende eeuw ontstonden de eerste wijken buiten de stadsgracht.

In de eerste helft van de 17e eeuw trokken Joden naar Leeuwarden toe. Het aantal Joden in Leeuwarden groeide tot zo'n 1200 in de 19e eeuw. In 1754 werd er officieel een joodse gemeente ingesteld en in 1755 werd de eerste synagoge gebouwd. Later kwam er een nieuw gebouw op dezelfde plaats, Synagoge Leeuwarden. In 1980 werd er een derde synagoge ingewijd omdat de tweede te groot bleek voor de kleine joodse gemeente die thans nog bestaat in Leeuwarden.

In de negentiende eeuw werden de verbindingen van de stad verbeterd. In 1827 begon het rijk met de aanleg van straatwegen van Leeuwarden naar Overijssel en naar GroningenHarlingenSneek en Lemmer. Voorts werden de oude trekvaarten uitgediept en verbeterd. In 1863 kwam de spoorverbinding tussen Leeuwarden en Harlingen. Snel daarna kwamen de lijnen met Zwolle, Groningen en Sneek tot stand.

In 1944 werd een deel van de gemeente Leeuwarderadeel geannexeerd, waardoor Leeuwarden er 16.000 inwoners bij kreeg.